Hulp buitenshuis, Jeugdhulp

’s Nachts als het donker is

Malanca Schut heeft jaren als manager in de zorg gewerkt en kwam ook in aanraking met jeugdzorg vanwege haar zoon. Voor Hart voor de Jeugd blogt zij over de mooie en minder mooie belevenissen die ze vanuit deze posities heeft ervaren. In dit blog vertelt ze wat verleden en heden doen met haar gedachten.

TEKST: Malanca Schut
NABEWERKING: Lior Sela

In mijn herinnering waren de nachten niet alleen donker, maar ook ongenadig stil. Zelfs het kloppen van mijn hart was soms bijna hoorbaar. En tussen de hartslagen door de beelden. Niet door mijzelf ooit waargenomen. Wel wetend hoe ze eruit moesten zien, moesten voelen en ruiken. De geur, de dikte van de lucht, het onheil en de stilte…..die angstaanjagende stilte….soms gevuld met zacht gehuil.

“Malanca, als je nu de andere kinderen niet meeneemt en in veiligheid brengt, halen we ze bij je weg.”

Als ik mezelf in slaap had gehuild werd ik vervolgens ‘en gard’ weer wakker. Klaar om de strijd aan te gaan. Vechtend tegen het systeem, tegen de wereld, tegen bolwerken, protocollen, regels en beleid. Maar bovenal vocht ik tegen mezelf. Tegen mijn alles overstemmende schuldgevoel. Dat me opvrat. Van binnenuit knagend aan mijn ziel. Ik vocht tegen de gedachten die ik niet durfde uit te spreken. Bang dat ze waarheid zouden worden. Zwart op wit, van vlees en bloed.

“Mama, ze brengen me niet naar Limburg. We rijden in België. Mama, waar brengen ze me heen?”

De tijd heeft me niet zozeer geheeld. Soms is tijd daar niet voldoende voor toegerust. Soms maakt de tijd je enkel ouder. En wat wijzer. De oordelen die ik had, over hoe ik had moeten doen en had moeten zijn, die sleten wel wat door de jaren. Helen deed ik echter op de bank bij een dame met verstand van zaken.

“Mevrouw, hij slaapt nu even in een scheurpyjama in de time-out ruimte. Nee, dat is geen isoleer. Ja, er ligt alleen een matras.”

Nu word ik enkel wakker in de nacht van hersenspinsels over hoe we dit in vredesnaam anders kunnen doen. Samen, met elkaar. Met oog voor pijn en verdriet en voor pracht en praal. Ik struikel uit bed de trap af naar beneden. Een vloek vliegt door de lucht, samen met een legoblokje. Slaapdronken en met een bonzend hart klap ik mijn laptop open. In galop tikken mijn vingers woorden en zinnen. De volgende ochtend niet meer te herleiden wat hier had moeten staan.

“We staan met de ambulance voor uw huis. Uw zoon belde zojuist dat hij alle medicatie uit het medicijnkastje heeft ingenomen.”

De oplossing is er al en vraagt veel tijd. Met oog voor onstuimige, creatieve, prachtige ideeën. En lef. Een ton of wat hiervan. Bergen, het liefst hele hoge; afgeladen met lef. En last but zeker not least bevlogenheid! En daar zijn al tonnen van. Schepen afgeladen, pakhuizen vol. We weten wat we moeten doen. Soms ook hoe. Vaak ook niet. De oplossing ligt klaar in harten en in zielen. Wel uitvoerbaar, niet altijd inpasbaar.

Mijn gedachten zijn te snel voor mijn vingers en ik spreek de woorden in. Fluisterend, zodat niemand het hoort.

“Lief, wat doe je daar beneden? Kom nou naar bed. Het is midden in de nacht.”

Ik kom zo. Het duurt nog even. Voordat ik ze vind. Die juiste woorden.

Ook interessant