Jeugdhulp

“Kinderen moet je laten wortelen”

werkboek-jeugdhulp

Parlan pakt de JeugdzorgPlus geheel anders aan

Parlan Jeugdhulp in Noord-Holland heeft zijn grootschalige JeugdzorgPlus veranderd in twee kleinschalige voorzieningen waar de kinderen niet alleen wonen, maar ook mogen blijven wonen. In de voorzieningen wordt vooral gewerkt vanuit de relatie, veel minder vanuit repressie. Het resultaat is onder meer een enorme verkorting van de Machtiging Gesloten.

TEKST: Peter Pot

De doelgroep van de JeugdzorgPlus heeft vaak zulke grote problemen, dat ze niet meer terug naar huis kunnen. Behandelgroepen zijn vaak kortdurend, waarbij ze na een aantal maanden al weer weg moeten. Het uitgangspunt bij de nieuwe organisatie en benadering van Parlan is dat je kinderen moet laten wortelen. “Haal de stress van al die verhuizingen weg, laat ze ergens wonen dat een thuis voor ze is en waar ze ook naar een normale school gaan. Wat wij doen is letterlijk alles proberen te  normaliseren”, stelt Suzan Terweij, hoofd Zorgontwikkeling van Parlan.

Aanleiding voor de andere benadering van JeugdzorgPlus was dat het toenmalige grote gebouw deels leeg kwam te staan, waardoor er financiële druk ontstond. De leegstand was enerzijds het gevolg van het verliezen van een aanbesteding. Anderzijds was Parlan al langer actief bezig om opnames in de JeugdzorgPlus te verminderen. Voor de organisatie betekende het de ommekeer richting een nieuwe filosofie: kleine groepen van maximaal 5 kinderen, in een gewoon huis, waar kinderen mogen blijven wonen als ze dat willen, ook als de gesloten machtiging vervalt. Dat Parlan daarbij gesloten en open samen plaatsen is uniek in Nederland. Dat mag van de IJG alleen als je ‘niet vastpakt’ en niet separeert’.  Beide doet Parlan dus ook niet in hun JeugdzorgPlus en ook dat laatste is uniek. Er zijn wel JeugdzorgPlus instellingen die niet meer separeren, maar zij ‘pakken nog wel vast’.

Parlan is voor de invulling van hun nieuwe ‘concept’ gaan praten met een aantal jongeren die zelf heel lang in de jeugdzorg hadden gezeten en heeft hen gevraagd welke vorm de JeugdzorgPlus in hun ogen moest krijgen. Hun belangrijkste advies: zorg er voor dat kinderen niet meer worden weggestuurd. Ook gaven ze aan dat grote groepen niet fijn zijn voor kinderen.

“Wat de kinderen met wie we spraken ons leerden, staat wel haaks op hoe de JeugdzorgPlus landelijk is vorm gegeven, “, aldus Terweij.  “Die organisatievorm is ontstaan uit de jeugdgevangenissen. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de grote groepen, weg van de maatschappij, verdienen om op verlof te mogen, regelmatig een repressieve en risico-mijdende benadering. Die JeugdzorgPlus is al snel een mini-maatschappij: daar ga je naar school, daar krijg je therapie, daar komen je ouders op bezoek.

Los van de veranderende context binnen Parlan, is ook de maatschappij inmiddels echter anders gaan denken over hoe wij kinderen met het ingewikkelde gedrag van deze doelgroep moeten opvangen. Want ingewikkeld en grensoverschrijdend is het vaak. Dat roept vaak om strengheid – ook bij collega’s binnen de jeugdzorg –  want we willen er als maatschappij eigenlijk geen last van hebben. Maar tegelijkertijd zie je dat er een trend is waarbij kinderen in combinatie met geslotenheid steeds minder wordt geaccepteerd.”

“De geslotenheid is niet meer het gebouw, maar de relatie”

Het risico van de nieuwe manier van werken was dat Parlan zou kopiëren wat ze in hun grote gebouw deden. Om dat te voorkomen, werd expliciet afgesproken dat dingen anders en normaler moesten worden, terwijl Parlan al veel ‘zachter’ werkte dan elders. De geslotenheid waarmee nu wordt gewerkt, is niet meer het gebouw, maar de relatie met het kind. De begeleider die blijft bellen als je als kind wegloopt. Die je komt ophalen, die wil dat je terugkomt. Geen druk en drang, geen eindeloze rijen regels die de traditionele Jeugdzorg Plus kenmerken, maar een gevoel dat dit je thuis is, waar je mag zijn als kind in een kleine groep van vijf. Geen sleutels om je door het pand te kunnen bewegen  – iedereen mag overal heen. Juist die sleutels – of het feit dat sommige kinderen niet overal heen konden – zorgden in de oude situatie voor veel frustratie en ongewenst gedrag.

Ook het onderwijs is anders. Kinderen in de JeugdzorgPlus van Parlan gaan naar een gewone school, zij het dat dit meestal bijzonder onderwijs is. “De eerste keer dat de kinderen met een busje naar school gingen, was ik bang voor drama en ramen die er uit gingen”, vertelt Terweij. “Maar wat gebeurde er: alle kids stonden opgedoft en opgemaakt te wachten. Want ze gingen eindelijk naar een gewone school.”

Aansluiten en vertragen

In allerlei opzichten zie je volgens Terweij dingen bewegen naar zo min mogelijk geslotenheid. Ook bij kinderen die gesloten worden aangemeld en zij drie jaar geleden echt zonder pardon gesloten had opgenomen. “Wat we doen, is heel erg aansluiten en vertragen als ik het kort samenvat. Voorheen kwam je in de JeugdzorgPlus en dan moest je de volgende dag naar school. Je moest ook een urinecontrole doen. Viel die positief uit, dan mocht je niet op verlof. Kortom: er werd van alles over kinderen heen besloten, met de beste bedoelingen. Maar dat roept enorm veel weerstand op bij kinderen, die al weerstand hebben aangezien ze gedwongen opgenomen zijn. Op het moment dat je kinderen bijna verleidt tot meedoen en daar de tijd voor neemt, krijg je een hele andere dynamiek. We worden nu al betrokken voorafgaand aan de opname. ‘Wat wil jij?’, ‘Wat is voor jou belangrijk?’ zijn bij ons centrale vragen als het gaat om de kinderen. En we moeten als hulpverleners het dus kunnen verdragen dat een kind misschien een aantal weken niet naar school gaat, omdat het zèlf tot de conclusie moet komen dat dat misschien toch wel handiger is.”

“Niet gelijk in de repressie, maar het èchte gesprek aangaan”

De steun die begeleiders in het nieuwe ‘model’ van Parlan geven aan kinderen is wezenlijk anders dan in een grote groep, aldus Terweij. Er is tijd voor echte aandacht, met prachtige effecten. Zo is de duur van de Machtiging Gesloten enorm verkort. Primair doordat de hulpverleners veel meer met kinderen kunnen meedenken, ècht contact kunnen maken en kinderen ècht kunnen steunen als ze het moeilijk hebben. Niet gelijk in de repressie gaan als kinderen weglopen, maar het gesprek aangaan over wat maakte dat dat gebeurde. “Zodra een kind er zelf wil blijven wonen, dan vervalt de dwang en daarmee de Machtiging Gesloten. We bereiken dus veel eerder het punt van ‘eigen motivatie’. Enerzijds omdat ze de aanpak prettig vinden. Anderzijds ook omdat we perspectief bieden: hier mag je wonen, dit is jouw thuis, als jij dat wilt.”

Terweij geeft toe dat ingewikkeld gedrag blijft. “Als een kind heel boos wordt, met woorden gaat smijten of iemand aanvalt. Dat vraagt dat je als hulpverlener dus heel vroeg in het proces ziet aankomen dat een kind zó boos gaat worden. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Zeker als je kinderen niet meer mag vastpakken als het escaleert omdat er ook kinderen zonder machtiging gesloten wonen die geen getuige mogen zijn van vastpakken. Dat maakt het soms echt super ingewikkeld.”

Leren om kwetsbaar te zijn

Volgens Terweij vraagt de aanpak van Parlan wel het nodige van een organisatie. Daarbij gaat het volgens haar niet alleen om beschikbare gebouwen en de financiële kant. Zij stelt dat vooral draagvlak op bestuurlijk niveau cruciaal is om een dergelijke benadering succesvol te kunnen uitvoeren. Bij Parlan is voortdurend het leidende principe geweest dat ze geen kinderen meer wilden doorplaatsen en een gezinsgerichte woonvorm wilden aanbieden. Dat moet in haar optiek worden gesteund tot op het hoogste niveau. “Het vraagt ook een heel andere manier van werken en veel tijd om als medewerkers te leren om kwetsbaar te zijn. De backup die je hebt in grote groepen, heb je niet in onze nieuwe organisatievorm. Dat vraagt om andere vormen van steun, bijvoorbeeld ook in de vorm van intervisie.”

Waar Parlan vooral ook mee bezig is, is het voorkomen van JeugdzorgPlus. Een ambulant team speciaal opgezet voor deze doelgroep probeert zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen in de JeugdzorgPlus worden geplaatst. Dit vraagt om het verdragen van risico’s. “Thuis, thuis en nog eens thuis is het motto”, aldus Terweij. “Maar als het niet anders kan, is er opvang in een kleinschalige vorm.”

Ook interessant