Ervaringen delen, Jeugdhulp

‘Kennelijk is het bijzonder dat er naar kinderen wordt geluisterd’

Waarom wordt er eigenlijk niet goed geluisterd naar wat kinderen zelf aangeven nodig te hebben? En hoe kan het dat ervaringsdeskundigen in de jeugdhulpverlening minder serieus genomen worden dan ‘degenen die ervoor geleerd hebben’? In de StroomOp podcast van BGZJ vertellen OZJ’er en ervaringsprofessional Mohini Awadhpersad en bijzonder hoogleraar participatie en inclusie, Xavier Moonen, hoe zij hier tegenaan kijken.

TEKST: Ismay Gossen

Mohini Awadhpersad, zelf ervaringsdeskundige op het gebied van loverboys, schrijft zichzelf de term ‘ervaringsprofessional’ toe. Mohini legt het zo uit: een ervaringsprofessional kan op basis van eigen ervaringen en de ervaringen van anderen op collectief niveau soortgelijke problemen van anderen bekijken. Daarnaast heeft diegene zichzelf, al dan niet met een HBO-opleiding zoals Mohini zelf heeft, skills aangeleerd om met de doelgroep om te gaan. ‘Ik zal niet kunnen zeggen ‘ik weet hoe je je voelt’, maar wel op basis van mijn eigen ervaringen en die van anderen diegene kunnen begeleiden. Het zorgt ervoor dat ik me makkelijker kan binden. Bruggen bouwen is één van de taken van een ervaringsprofessional.’

‘Doordat ik vanuit mijn ervaring werk, blijf ik bij mijn oorspronkelijke intentie’

Amsterdam-Amstelland - Zorg voor de Jeugd · Zorg voor de Jeugd


Professionele knuffel

Om te kunnen werken op basis van ervaringen, moet je ook in een team werken dat over zelfkennis beschikt en de nabijheid zoekt van een kind of jongere. En daar loopt het in de praktijk nog wel eens spaak. ‘Een goed voorbeeld is toen ik destijds op een gesloten-jeugdzorginstelling kwam te werken. Daar zat een meisje met anorexia en depressie. Je zag bij haar de hele dag de spanning oplopen. Dus toen we samen aan het einde van de dag haar fasekaart met doelen moesten invullen, liet ik haar op mijn schoot zitten en aaide ik over haar rug. In mijn beleving deed ik dat om haar spanning omlaag te halen. En met succes: dit was een van de avonden waarop ze zichzelf geen pijn had gedaan.’

Mohini’s collega’s konden zich niet direct in haar aanpak vinden. ‘We hebben er heel veel gesprekken over moeten voeren. Ik bleef voet bij stuk houden. Dit is mijn methode, liefdevolle zorg.’ Uiteindelijk ‘won’ Mohini de discussie: die professionele knuffel kwam er. ‘Doordat ik vanuit mijn ervaring werk, blijf ik bij mijn oorspronkelijke intentie. Het wordt geen professionele routine.’


Inbreng jongeren

Xavier Moonen is bijzonder hoogleraar op het gebied van jongeren met een lichtverstandelijke beperking. Hij vindt dat jongeren zelf meer in de jeugdhulpverlening in te brengen zouden moeten hebben. Als eerste op individueel participatieniveau. Ieder kind dat hulp krijgt, zou zelf mee moeten kunnen praten over de hulp die hij krijgt. Ten tweede op collectief niveau, dan heb ik het over cliëntenraden waarin bijvoorbeeld het klimaat en de wijze van hulpverlening besproken worden. En de derde vorm is het actief betrokken worden bij het vormgeven van hulpverlening door middel van onderzoek.

‘Je moet met kinderen op hun niveau praten over dingen waar zij iets over kunnen zeggen’, stelt Xavier. Hij noemt als voorbeeld hoe 4-jarigen tijdens een onderzoek over speelterreinen werden ingeschakeld. ‘Niet dat ze iets over architectuur kunnen zeggen, maar wel over wat ze spannend en veilig vinden.’

‘Die zekerheid ‘als je maar doet wat ik zeg, dan komt het wel goed’ is misplaatst’

Kennelijk bijzonder

Een ander voorbeeld dat hij noemt heeft betrekking op een instituut voor kinderen met een verstandelijke beperking. ‘Daar waren ’s nachts niet fysiek mensen aanwezig, maar kon er op basis van geluidsregistratie wel een nachtwaker het gebouw naar binnen komen. Toen we daar kinderen over spraken, gaven zij aan deze situatie angstaanjagend te vinden. Het harde geluid van het openen van deuren, het gerammel van sleutels stak behoorlijk af tegen de stilte. Het inluistersysteem is gebleven, waarschijnlijk omwille van financiële redenen, maar de deuren zijn toen anders geïnstalleerd, nachtwakers kregen andere schoenen en als er ’s nachts iets wat voorgevallen werd er de dag erna met de kinderen over gepraat.’

‘Kennelijk is het bijzonder dat er naar kinderen wordt geluisterd. Heel veel professionals denken veel te weten over kinderen. Maar die zekerheid ‘als je maar doet wat ik zeg, dan komt het wel goed’ is misplaatst.’ Wat Xavier betreft zou er veel meer op basis van dialoog en gelijkwaardigheid gehandeld moeten worden. ‘Het is niet zo dat het ene perspectief beter is dan het andere, maar vaak weten ouders, kinderen en professionals niet eens van elkaars visie. En het idee dat kinderen zelf invloed uit kunnen oefenen op hun omgeving zorgt juist voor veerkracht.’

Podcast zelf luisteren? Dat kan HIER.

Ook interessant