Uithuisplaatsing

Intensieve gezinsbehandeling om uithuisplaatsingen te voorkomen

Annemarie de Wijs [inzetje] is orthopedagoog bij Nanny Plus, een intensief gezinsbehandelingsprogramma van De Rading.

Projectleiders Anja Senhorst en Ali Essousi vertelden in een eerder artikel dat jeugdzorgregio Foodvalley naar nul uithuisplaatsingen zou moeten streven. Daarvoor moeten zowel de gemeenten als de aanbieders een aantal aanpassingen maken in hun werkwijze en mindset. Orthopedagoog Annemarie de Wijs werkt bij een van de jeugdzorgaanbieders uit deze regio. Ze beschrijft hoe ze samen met haar collega’s van Nanny Plus uithuisplaatsingen tracht te voorkomen door intensieve gezinsbehandeling.

TEKST: Ismay Gossen

Onder druk van de jeugdhulptransformatie begon het streven om nul kinderen uit huis te plaatsen meer urgentie te krijgen. In een vorig interview over deze nul-beweging in de regio Foodvalley vertelden projectmanager Anja Senhorst en beleidsregisseur Ali Essousi over hoe gemeenten zorg anders in moeten gaan kopen. Aanbieders zouden zich minder moeten focussen op de hoeveelheid ‘bedden’ en ook ambulante hulp moeten kunnen verlenen.

Een goed voorbeeld van hoe dit in de regio al wordt toegepast is het behandeltraject Nanny Plus van De Rading. De Rading is een grote gezins- en jeugdhulpinstantie in Utrecht. ‘Ik merk dat we vooral nog bekendstaan pleegzorginstelling. Maar met een interventie als Nanny Plus werken we er juist naartoe om uithuisplaatsing te voorkomen’, vertelt orthopedagoog Annemarie de Wijs.

Het Nanny Plus-traject is een heel intensieve vorm van gezinsbehandeling om vaste patronen in de opvoeding te doorbreken. De duur varieert van drie weken tot drie maanden, waarbij er in de eerste fase zo’n drie dagdelen per week orthopedagogen met de ouders meekijken. ‘Dan hebben we het dus over vijf tot twaalf uur per week.’ De methode lijkt dan ook vaak een laatste redmiddel. ‘Je ziet vaak dat ouders of pleegouders al verschillende vormen van behandeling gehad hebben voordat ze bij ons komen. De problemen in de gezinnen zijn zo complex dat ze de opvoeding niet meer aankunnen.’

Problemen kinderen

De kinderen van deze gezinnen zijn tussen de 2 en de 12 jaar. ‘Vanaf hun tweede begint het opvoeden echt, omdat kinderen dan in de fase van autonomie aanbelanden. Als je er dan aan toegeeft als ze geen zin hebben om te gaan slapen, kunnen de eerste problemen al ontstaan. Dan wordt het steeds moeilijker om regels en grenzen aan te leren. Zodra kinderen naar de basisschool gaan, krijgen ze met regels van buitenaf te maken. Dan kunnen ze ook op school in de problemen komen.’

Een groot deel van de kinderen hebben ook DSM-classificaties gekregen via de ggz. ‘Ouders krijgen van deze organisaties veelal wel psycho-educatie over hun kind, maar het ontbreekt vaak aan praktische tips. Het opstellen van regels, werken met een beloningssysteem of zoeken naar oplossingen binnen of buiten het netwerk om de ouders af en toe te ontlasten’, zegt Annemarie.

Ook kunnen er lastige situaties ontstaan doordat pleegkinderen op zoek gaan naar hun eigen plek. En het komt ook meer dan eens voor dat de ouders moeten leren omgaan met hun eigen trauma’s, persoonlijkheidsproblematiek, autisme, ADHD of partnerrelatieproblemen. In de Nanny Plus-behandeling wordt ook besproken wat voor impact deze problematiek kan hebben op de ontwikkeling van de kind(eren).

‘We kijken vooral naar alles wat er goed gaat. Deze ouders hebben al zo vaak gehoord wat er niet goed gaat’

Intensief coachen

Om gezinnen waarbij deze voorgaande situaties tot langdurige problemen leiden weer in balans te krijgen biedt Nanny Plus een intensieve gezinsbehandeling, waarbij één vaste hulpverlener een gezin ondersteunt. In de eerste week observeren de hulpverleners. Ze zeggen niets. ‘We kijken vooral naar alles wat er goed gaat. Deze (pleeg)ouders hebben al zo vaak gehoord wat er niet goed gaat. Wij willen juist kijken waar de krachten in het gezin liggen. Ieder gezinslid heeft een eigen observatielijst’, zegt Annemarie. Ze vervolgt: ‘We wonen altijd één dagdeel in de ochtend bij. Dat kan vroeg zijn. Als een gezin om half zeven opstaat, staan wij al voor de deur. We blijven tot de kids naar school gaan. We komen op een andere weekdag terug in de middag of avond. En we komen in het weekend een dagdeel kijken hoe het gezin in de vrije tijd functioneert.’

In de week erop neemt de behandelaar eerst de observaties door met de ouders. ‘Zo zien ze ook wat er allemaal al goed gaat. Bijvoorbeeld dat ze hun kind al aankijken als ze compliment geven.’ Op basis van de krachten en aandachtspunten gaan Annemarie en haar collega’s twee weken intensief coachen. Drie tot vier dagdelen per week kijken ze mee tijdens het naar bed brengen, zien ze hoe het er aan de eettafel aan toe gaat en zien ze kinderen naar school vertrekken. ‘We nemen de ouders helemaal mee. We geven ter plekke tips en aanwijzingen hoe je een kind op tijd in bed of naar school krijgt. We laten zien hoe je het gezellig met elkaar kan hebben aan tafel door een compliment te geven of je kind even aan te raken. We helpen ze helemaal door het proces heen. Maar we nemen het niet over, de ouders moeten het doen. In het behandeltraject nemen we ook contact op met school om te horen hoe het met het kind op school gaat. Als er ook andere hulpverleners in het gezin zijn, dan wordt daar ook (mits ouders toestemming geven) contact mee opgenomen.’

Na ongeveer vijf weken volgt er een evaluatiemoment met de verwijzer van de gemeente of de gezinsvoogd van het gezin. ‘We bespreken dan welke doelen er nog zijn om richting de afronding van de behandeling te gaan. Soms soms besluiten we om handelingsgerichte diagnostiek voor het kind in te zetten, denken we met ouders mee voor vervolghulp voor het kind en psychologische hulp voor ouders, zoals een GGZ-instelling.’

Digitaal hulpverlenen

Door de coronamaatregelen worden veel gezinnen nu ook op afstand gecoacht. ‘We doen dit met behulp van camera’s. Ouders geven ons toestemming om op afstand mee te kijken. We kunnen dan ook live feedback geven via WhatsApp. Soms horen we ze letterlijk tegen hun kinderen zeggen wat ze hebben opgeschreven’, lacht Annemarie. Ze geeft aan dat de online ondersteuning soms nog beter werkt dan dat de hulpverleners fysiek aanwezig zijn: ‘Soms reageren kinderen anders als ze zien dat wij hun ouders tips geven.’

Een ander bijkomend voordeel is dat ouders de beelden via Teams kunnen terugkijken met hun behandelaar en dan samen kunnen analyseren waar het goed ging en waar het beter kon. ‘Of ze sturen ons geluidsfragmenten toe van momenten die moeizaam verliepen waar ze dan feedback op vragen.’

‘Door dit aan te gaan, verwachten we dan ook wel echt een ‘ja’ van de ouders’

Succesverhalen

Deze vorm van gezinsbehandeling is duur. ‘Door dit aan te gaan, verwachten we dan ook wel echt een ‘ja’ van de ouders.’ Maar als deze toewijding er is, dan kunnen er volgens Annemarie snel successen geboekt worden. Zo illustreert ze een gezin waar ze zelf bij betrokken is geweest. ‘Het bestond uit twee ouders, waarvan de vader veel werkte en de opvoeding voornamelijk op de moeder aan kwam. Ze hadden vier kinderen, waarvan de twee middelste vanaf de geboorte met complexe problemen kampten. De agressie van een van de kinderen bleef maar toenemen, waardoor de andere twee kinderen vaak het onderspit moesten delven in de klappen die ze kregen. De ouders hadden geen energie meer, waardoor ze alles maar lieten gaan.’

Annemarie vertelt hoe ze eerst puur op het stellen van regels en het aangeven van grenzen focusten. ‘We bedachten gezinsregels met elkaar. Daardoor kwam er ook meer ruimte om te belonen. Zo leerden de kinderen dat positief gedrag ook echt wat oplevert.’ Het kind dat agressief gedrag vertoonde ging soms één of twee dagen naar de zorgboerderij. ‘En we zochten naar een weekendpleeggezin en mensen uit het netwerk om de ouders af en toe weer even op energie te laten komen. We richtten ons niet alleen op de opvoeding. Hierdoor kon het oudste kind ook weer kind zijn, doordat het niet haar moeder hoefde te ondersteunen.’

Annemarie geeft aan dat het grootste deel van de gezinnen uiteindelijk tot succesverhalen leiden na de Nanny Plus-gezinsbehandelingen. ‘Natuurlijk krijgen we af en toe te maken met gezinnen waarbij de zorgen gewoon groter zijn. Soms hebben kinderen méér dan gemiddelde opvoedvaardigheden van hun ouders nodig. Soms hebben ouders ook zelf nog bagage dat hun in de weg staat om (emotioneel) aan te sluiten bij wat het kind nodig heeft. Ouders willen vanuit hun eigen pijn (nog) niet inzien dat zij degenen zijn die moeten veranderen.’ Maar voor de meeste gezinnen die het traject startten met het idee ‘we weten het gewoon echt niet meer, misschien is het wel beter als mijn kind uit huis gaat’, eindigt het met zo thuis mogelijk opgroeien.

Ook interessant