Hulp buitenshuis

‘Een leven laat je niet zomaar los’

blog jeugdzorgplus

Malanca Schut heeft jaren als manager in de zorg gewerkt en kwam ook in aanraking met jeugdzorg vanwege haar zoon. Voor Hart voor de Jeugd blogt zij over de mooie en minder mooie belevenissen die ze vanuit deze posities heeft ervaren. In dit vijfde blog neemt ze je mee in het belang van het verhaal.

TEKST: Malanca Schut
NABEWERKING: Sharon Mangkoewihardjo

De zon schijnt tussen de bomen door net over de heuvel, waar een prachtig op een chateau lijkend gebouw staat. Je waant je hier in Frankrijk. Ik krijg trek in een glas Pinot Noir en mijn gedachten dwalen af naar zonnebloemvelden en vers gebakken stokbrood. Maar vakantie is het geenszins. Het op een kasteel lijkend gebouw is een jeugdgevangenis. Een maand eerder toen ik hier liep met mijn jongste zoon van toen zes jaar verzon ik voor hem een verhaal over dit heel bijzondere kasteel waar alleen heel bijzondere kinderen mogen wonen. Zijn woorden waren: ‘Dat is niet eerlijk!’
‘Nee schatje, dat is het zeker niet’, antwoordde ik.

Binnen in vakantiepark JeugdzorgPlus

Ik loop voorbij het kasteel verder de heuvel op. Het vakantiegevoel dat ik zo even had wordt nog eens aangewakkerd nadat ik op de bel druk naast het hek waarachter mijn kind zich bevindt. Door de intercom klinkt een mannenstem die opgewekt zegt: ‘Goedemiddag, welkom op vakantiepark JeugdzorgPlus. Voor wie komt u?’ Ik krijg een glimlach op mijn gezicht. Als je de huizenhoge hekken en tralies voor de ramen wegdenkt zou je je hier inderdaad op een vakantiepark wanen. Gaat mijn voorkeur nog steeds uit naar Frankrijk, maar soit…. alles beter dan de realiteit.
‘Ik kom voor mijn zoon Amon. Of eigenlijk kom ik voor het team dat hier werkt.’
‘Er komt iemand aan om voor u open te doen.’ Even later wordt het hek opengemaakt met een sleutel. We passeren twee deuren en ik ben binnen. Letterlijk binnen. Hier kom je zonder de sleutelbos van de man die mij zojuist binnenliet niet meer uit.

‘Amon zit net even op zijn kamer. Nee hoor, dat is geen afzondering. Dat doen we hier niet. We doen dit omdat een jeugdige soms even rust nodig heeft en dat zelf dan niet kan vinden. We kijken elk half uur door het luikje van zijn deur om hem te laten weten dat we er voor hem zijn.’

‘Ik probeer me voor te stellen hoe ‘er voor je zijn’ voelt met een dikke stalen deur tussen jou en de ander.’

Blog Malanca JeugdzorgPlus

Aan tafel gebeurt het

Nu heb ik nogal de neiging om te zorgen dat ik overal aan tafel kom. Omdat ik geloof dat het daar gebeurt. Thuis pers ik elke ochtend sinaasappels uit, zet thee, brood en beleg klaar en wacht tot mijn jongens uit bed komen om samen te ontbijten. Daar ontmoeten we elkaar voordat de dag begint.

Met de teams waar ik de afgelopen jaren mee werkte, zat ik ook het liefst aan tafel. Voor een kop koffie, een praatje of een overleg. En als er meer gebeurde in de onderstromen dan wat we zagen boven tafel dan deelde ik een verhaal. Want het is niet de tafel die verbindt: het zijn de verhalen die worden verteld. Wanneer je onderdeel bent van een verhaal ben je automatisch verbonden met de anderen die ook meedoen, in datzelfde verhaal.

Vandaag kom ik voor een teamoverleg. Het heeft me flink wat mails, telefoontjes en overredingskracht gekost, maar ik zit er. Aan tafel. Mijn zoon zou voor de vierde keer in zes maanden tijd worden overgeplaatst omdat deze plek ook echt niet passend is. ‘Als hij nog één keer zo fysiek agressief wordt, is de grens bereikt’, kregen we te horen. En dat weet hij. En hij zal er alles aan doen niet alleen die grens te bereiken, maar er ook keihard overheen te gaan. Hij zal er alles aan doen om weer weggestuurd te worden. Het enige dat helpt is dat niet doen en er onvoorwaardelijk voor hem zijn en blijven. Dat weet ík. Nu alleen het team en de organisatie hier nog. Vandaar dat ik nu aan tafel zit.

Ik voel negen paar ogen naar me staren. Een moeder die hier in het teamoverleg aan tafel zit. Dat is gek, vreemd en bedreigend.

Zijn levensverhaal maakt hem bijzonder

Na een kort voorstelrondje begin ik mijn verhaal: ‘Toen Amon vijf was, zag hij voor het eerst een piano. Hij zei: ‘Dat wil ik. Piano spelen.’ Twee jaar later ging hij op les. Niet lang daarna gaf hij zijn eerste optreden: een kleine jongen met blonde krullen achter een grote zwarte vleugel op het podium. Hij speelde een stuk van Bach. Uit zijn hoofd. Amon had een droom: Naar het conservatorium om de beste pianist van de wereld te worden.

Daar aan die tafel heb ik een mens gemaakt van mijn zoon. Van de jongen waar ze bang voor waren. Van de jongen die ze weer weg wilden doen omdat hij niet past. Van de jongen die verlangt naar hoop en liefde. Van de jongen die zo graag wil dat iemand hem wil.

Aan die tafel heb ik verteld over wie Amon is, wat hij kan en wat hem zo bijzonder maakt. Ik heb mijn tafelgenoten onderdeel gemaakt van dit verhaal. Zijn levensverhaal. Zijn leven.
En een leven laat je niet zomaar los.

Ook interessant