Uithuisplaatsing

Kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien in regio Foodvalley

Anja Senhorst en Ali Essousi met op de achtergrond gemeente Barneveld, een van de gemeenten uit de regio Foodvalley.

De doelstelling om 50 kinderen minder uit huis te laten plaatsen werd in 2020 al behaald. Maar waarom dat getal 50? Projectleiders Anja Senhorst en Ali Essousi besloten dat jeugdhulpregio Foodvalley eigenlijk naar nul uithuisplaatsingen zou moeten streven. Daarvoor moeten zowel de gemeenten als de aanbieders tot een nieuwe aanpak komen om de oorzaken voor uithuisplaatsingen aan te pakken.

TEKST: Ismay Gossen

Jeugdhulpregio Foodvalley bestaat uit de gemeenten Ede, Veenendaal, Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel, Renswoude en Rhenen. Op dit moment groeien zo’n 150 kinderen en jongeren in deze regio op in residentiële jeugdhulpvoorzieningen. En nog eens 385 jeugdigen in pleeggezinnen. Projectleider Anja Senhorst hoopt dat dit getal in de nabije toekomst flink omlaag gaat. Het liefst naar nul uithuisplaatsingen voor heel de regio: ‘Het is onze wens dat kinderen zo thuis mogelijk op kunnen groeien.’

Samen met haar projectpartner van het regionale transformatieprogramma, Ali Essousi, lukte het in 2020 al eens om ervoor te zorgen dat er in één jaar tijd 60 uithuisplaatsingen minder plaatsvonden. ‘Dat ging dus om kinderen die op dat moment mogelijk uit huis geplaatst zouden worden’, legt Anja uit. Maar waarom was de doelstelling precies 50 kinderen? ‘Nou, die vraag stelden Ali en ik onszelf dus ook. Het was een eerste ambitie waarop we konden monitoren en resultaat konden behalen. Maar inderdaad, je gunt het geen enkel kind om uithuisgeplaatst te worden. Dus toen hebben we besloten om te redeneren vanuit het perspectief geen enkel kind meer uit huis te willen plaatsen. Met hoge ambities, bereik je hoge doelen.’

‘Sommige gezinssituaties vragen om out-of-the-boxoplossingen’

Anja Senhorst: ‘Je gunt het geen enkel kind om uithuisgeplaatst te worden.’

Verandering verwijzers

Onder druk van de transformatie van de jeugdhulpverlening begon deze doelstelling meer urgentie krijgen. ‘Vorig jaar organiseerden we voor het regionale team een inspiratiesessie met OZJ-ambassadeurs Peter Dijkshoorn en Ineke Glissenaar. Deze bijeenkomst heeft ons erg geïnspireerd om echt niet meer in aantallen, maar in nul-termen te gaan denken. Met die ambitie proberen we van iedere casus van nu te leren om het morgen anders te doen.’

Volgens Ali en Anja zijn er veel mogelijkheden die ervoor kunnen zorgen dat kinderen toch thuis kunnen blijven wonen. Dat vraagt allereerst om een verandering bij de verwijzers. Anja: ‘Zij staan gelukkig kritisch tegenover uithuisplaatsingen. Oplossingen moeten in het systeem gevonden worden. Wat kan er in de thuissituatie zelf aangepast worden? Wat is er ambulant mogelijk? Kan er geschakeld worden met een belangrijk persoon binnen het eigen netwerk, zoals bijvoorbeeld een JIM? Sommige gezinssituaties vragen om out-of-the-boxoplossingen, zoals bijvoorbeeld een ouder uithuisplaatsen of een plek vinden waar kinderen af en toe terecht kunnen als de spanningen thuis te hoog oplopen.’

‘Eenmaal de deur uit, is de weg terug heel moeilijk’

Dilemma hulpverleners

Dat het weghalen van kinderen bij hun ouders nog steeds voorkomt, is vaak met het oog op veiligheid. ‘Dat is lastig meetbaar, want wat is dan dat gevoel van veiligheid? Kinderen willen het liefst thuis opgroeien’, stelt Anja. ‘De moeilijkheid is dat hulpverleners het zó gewend zijn om te handelen en direct problemen op te lossen. Het is geen logische reactie om in een onveilige situatie op je handen te moeten zitten en de rust te nemen om te kijken: wat is hier nu feitelijk aan de hand? Maar nu worden er ook wel eens op een vrijdagmiddag om vijf voor vijf belangrijke besluiten genomen.’

Ali vult haar aan: ‘Dat is het dilemma van de lokale teams. Je moet enerzijds meteen acteren, want het gaat over kinderen. Maar als je handelt zoals je dat altijd gedaan hebt, dan verandert er niets. Hoe ga je in de tussentijd om met de vragen die je voorbij ziet komen? Veel kinderen komen via een crisissituatie op een ‘crisisbed’ terecht. Dat vind ik een nare term. We proberen er nu ook vaak op aan te sturen om de crisis bijvoorbeeld bij opa en oma op de bank te bezweren. Want eenmaal de deur uit, is de weg terug heel moeilijk.’

Ali Essousi: ‘Als je handelt zoals je dat altijd gedaan hebt, dan verandert er niets.’

Nieuwe inkoopstrategie

De verandering van aanpak en denkwijze moet bij meerdere partijen en op meerdere niveaus zien te landen. ‘Globaal gezien staan we nog aan het begin van dit traject’, meent Ali. ‘Het lokale team van de gemeente Barneveld is nu ingelicht over wat de Beweging van nul precies inhoudt. Er moet een constant besef zijn van wat een uithuisplaatsing teweegbrengt. We willen leren van hoe we het nu aanpakken en hoe we onze werkwijze kunnen omzetten, zodat er ook andere oplossingen voorhanden komen.’

Niet alleen de lokale teams zijn verantwoordelijk voor deze transformatie: ook de zorgaanbieders en de regiogemeenten die hen contracteren moeten aanpassingen doorvoeren. ‘We gaan de nul-gedachte ook in onze inkoop meenemen’, vertelt Ali. Anja legt uit dat ze hiervoor eerst de cases van de huidige uithuisgeplaatste jeugdigen gaan analyseren. ‘We kijken naar wat de hulpvragen destijds waren, welke keuzes er toen gemaakt zijn en of we deze nog steeds zo zouden maken als we deze langs de meetlat van de nul-beweging zouden leggen.’

De uitslagen van deze kwalitatieve analyse zullen vertaald worden naar een andere werkwijze die de inkoopafdeling ook wil terugzien in de plannen die de aanbieders op tafel leggen. Ali: ‘We zullen actief met de aanbieders communiceren hoe we het nieuwe zorglandschap ingericht willen zien. We willen minder in termen van ‘het aantal bedden’ denken en jeugdhulpinstellingen moeten veel meer ambulante diensten aanbieden. We willen ook verblijfsaanbieders verplichten om ambulante hulpverlening in huis te hebben of om op zijn minst samenwerkingsafspraken met ambulante aanbieders te hebben.’

Ali en Anja stellen dat de jeugdhulpregio Foodvalley ook naar de inkoop van passende woon- en logeerplekken moet kijken. ‘Zo kunnen jongeren die bijna 18 jaar zijn bijvoorbeeld vervroegd uitstromen naar zelfstandige woonvormen waar ze tegelijkertijd begeleiding krijgen. Of kunnen kinderen één dag per week naar logeerplekken, zodat thuis de druk van de ketel wordt gehaald. Het is steeds zoeken naar een werkende situatie, zodat kinderen thuis kunnen blijven.’

‘Landelijk 43.000 kinderen die niet thuis opgroeien: dat moet anders’

Nieuwe werkelijkheid

Op de vraag in welk tijdsbestek dit moet gaan lukken, is het lastig een eenduidig antwoord te geven. ‘Ik vermoed dat het nog wel een jaar duurt voordat we in de nieuwe werkelijkheid zijn aanbeland’, zegt Ali. ‘Het gaat verder dan alleen plat inkopen.’ Daardoor is het volgens Anja ‘moeilijk te faseren in tijd. Het is echt een cultuuromslag, waarbij we moeten leren van elkaar en alle expertises moeten benutten.’ Uiteindelijk moet zo heel de keten elkaar versterken. ‘Want landelijk 43.000 kinderen die niet thuis opgroeien: dat moet anders.’

In deel twee van Kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien lees je hoe een van de jeugdhulpverleners in Foodvalley al invulling heeft gegeven aan de Beweging van nul. Orthopedagoog Annemarie de Wijs van De Rading vertelt over hun Nanny Plus programma.

Ook interessant